Streetlife – Zagreb

Paar jaar geleden botste ik in een Amsterdams hotel tegen Lionel Ritchie. ‘Hello,’ zei ik, ‘is it me you’re looking for?’ Best flauw, Lionel kon er al helemaal niet om lachen. In dat zelfde hotel ontmoette ik ooit Elisabeth Hurley in de sauna en Bruce Springsteen in zwembroekje, to mention a few, zie deze post.) In Zagreb voorkwam een man-met-een-oortje met een stevige schouderduw dat ik ‘s lands president tegen het lijf liep. Hoorde ik pas later, want Lionel herken ik nog wel, maar Josipovic niet. Best jammer, want ik was op zoek naar een ‘local celebrity’ voor mijn Youropeans, en die dacht ik wel te kunnen vinden bij de opening van de nieuwe muziekacademie, aan het prachtige Tito-plein.

Een hele happening, waar de stad al dagen bezig mee was: balletdanseresjes oefenden sinds gisteren, net als het strijkje. En nadat de directeur en de president hun zegje hadden gedaan en een houterig drumbandje uitgeroffeld was, dromde Zagreb binnen, de trappen op. Veel was er niet te zien – en nog minder te horen, wat je toch zou verwachten van een muziekacademie. Daar een oefenruimte, mooie houten vloeren, en daar, in de mooiste kamer met uitzicht over het plein, stonden twee blaadjes fluutjes waar de hoge heren net champagne hadden gedronken. De flessen op hun kop in de prullenbak, Kroatische.

En even later zit iedereen weer buiten, rond de pleinen of in de Bogovicevastraat. Te werken, want dat doe je buiten. Hadden wij in Nederland in de jaren ’90 kantoortuinen (maar werkt de moderne mens thuis (in de tuin?), in cafés (op één kopje koffie per dag, leuk voor de uitbater) of in kantoren (die er dan niet als kantoren uitzien), in Zagreb heb je kantoorstraten. Waar je vergadert, klanten spreekt, met leveranciers belt, aan tafels, op terrassen, van 9 tot 6 – al blijven ze dan vervolgens graag zitten om hun vrienden te zien. Die zie je namelijk ook buiten: het is heel gewoon dat je je nog nooit bij vrienden thuis bent geweest, al ken je elkaar tien jaar.

Later die dag spreek ik Mara, een 73-jarige arts. ‘Kijk, daar zit de burgemeester met zijn raad,’ en ze wijst twee tafeltjes verder. Ook een goeie local celeb, vind ik (en een goeie carrière-move voor hem: de burgemeester van Luxemburg werd een maand na mijn interview premier). Maar hij had echt geen tijd en dus werd het operazangeres Lidija, ooit nog optredend op Songfestival. Ook goed.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Dorst & depressie – Tallinn

Finland is Scandinavisch. De winter begint daar zo’n beetje in oktober en duurt tot mei, in die maanden is het er pikkedonker en grijs. Wat krijg je van dergelijke deprimerende omstandigheden? Dorst.
Finland is Scandinavisch. Dus met een uitstekende verzorgingsstaat. Betaald van belasting, op alles: loon, auto’s, maar vooral fiks op Dingen Die Slecht Zijn: alcohol en sigaretten. Moeilijke combinatie dus.

De oplossing is een retourtje Tallinn, met de boot – al kunnen ferries op de Oostzee levensgevaarlijk zijn: deze week precies twintig jaar geleden zonk de SS Estonia, bijna 1000 man verdronken. Maar goed, ‘s ochtends heen, twee en half uur varen, ‘s avonds weer terug. Kost vier tientjes, maar die drink je er wel uit. Want in Estland is de drank normaal geprijsd en aan boord, belastingvrij, nog beter. De SS Finlandia is zo’n schip. Beneden de auto’s, de achterbak klaar om volgestouwd te worden. Dan twee lagen hutten, en daar bovenop het belangrijkste: de slijter. Niet zo’n kleintje ook. Rijen wijn, flesje Chablis 9,95 – wat aan Finse wal een glaasje kost. Een stevige whiskey-afdeling, en het grootst het assortiment wodka.

Van al dat gewinkel krijg je natuurlijk al zin in bier, dus trek je naar een barretje. Waar je kunt luisteren naar een van de artiesten, want er is heel veel on board entertainment: in de Turkuu-lounge begeleidt een man zichzelf op synthesizer, hij speelt verzoeknummertjes. Van Donna Summer tot Oasis, maakt hem niet uit. En in de achtersalon zingt een jazz-zangeres op een barkruk, haar kruipend kort rokje laat steeds meer dik been zien. Veel last hebben de passagiers niet van haar: ze zuipen, of ze gokken op de tientallen gokkasten. Het enige wat ontbreekt zijn hoeren, maar misschien huizen die wel in de hutten.

We naderen Helsinki, die prachtige stad. Buiten op het dek is het mooi en zacht, binnen liggen inmiddels wat mensen te slapen op de grond of op hun tafeltje, het hoofd naast een pot verschraald bier en leeg zakje chips. De zangeres zingt haar versie van Fly me to the Moon en schrikt wanneer een treetje Heineken van een trolley valt, bijna tegen haar kruk. Het is september, de winter is niet ver weg meer, en deze mensen zijn er klaar voor.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Oude tijden – Bratislava

Z’n magere handen liggen in zijn schoot, zijn vingers friemelen met zijn pet. Op straat een meneer, maar hier, op het hoofdkantoor, in de kamer van één van de chefs, had het pistool aan zijn riem even goed klappertjes of water kunnen schieten. Ik zit naast ‘m op het bankje, haaks op ons zit Leonora, een tolkje, naast haar de politievoorlichter en tegenover mij, hoog op haar stoel, zit mevrouw de chef, een struise vijftiger.

Of hij iets kon zeggen over de bronzen beelden naast de ingang, vroeg ik de agent, want hem zou ik interviewen. Het tolkje ratelde, de voorlichter schreef driftig mee en mevrouw de chef zag toe.
‘Nee,’ zei de agent. Klaar.
‘Is er een verschil met de politie van voor 1991, toen het land nog communistisch was?’ vroeg ik.
De agent had tolkje echt niet nodig om mijn vraag te begrijpen, maar wachtte lang voor hij zei: ‘Weet ik niet, toen werkte ik er niet.’
En hoe het kwam dat er beneden in de gang de foto’s hingen van de commissarissen vanaf 1991, niet van eerdere?
‘De Slowaakse politie bestaat pas sinds 1991,’ spreekt de voorlichter voor zijn beurt.

Een soldaat met een mitrailleur en een vrouw in uniform links, rechts van de deur drie arbeiders in de weer met grote radars, dat zijn die beelden. Nogal van voor 1991. In dit zelfde gebouw, massief en somber, de gangen lang en donker, werden de Bratislaven verhoord en mishandeld in de jaren ’60. Zoals priester Anton, nu 85 jaar, local celebrity voor Youropeans, die tien jaar in een strafkamp zat omdat hij een ‘gevaarlijke’ priester was (en later uit de Katholieke Kerk gezet om dezelfde reden: zoveel verschilden Rome en Moskou nou ook weer niet).

De priester ontving me in een flatje van twintig vierkante meter in een mistroostige buitenwijk. Had koeken gebakken voor me en bood wijn aan van zijn broer, gebotteld in een Coca Cola-fles. Was ontroerend en wijs in een mengeling van Duits en Engels. En bracht me daarna, omdat het stortregende terug naar het centrum in zijn oude auto. Reed zeer sterk voor een 85-jarige, zonder bril.
Het interview was afgelopen. De agent mocht weer buitenspelen, tolkje kon naar huis, de voorlichter keek zuinig en de baas had nog een tas met cadeautjes voor me. Een alcoholtest, een pen en kladblok en een regenponcho. Wel aardig van ze. Deden ze vroeger vast niet.

Posted in Geen categorie | 1 Comment

Sissie en de sissies – Wenen

Het begon met keizers en keizerinnen, van wie de bekendste op Romy Schneider leek. Ze hielden wel van een beetje muziek, dus ze nodigden muzikanten uit. Beethoven bijvoorbeeld, en Mozart, bekend van muziek uit talloze commercials, en al die straten, singels en lanen, ook bij jou in de buurt. Opera, paleizen, pracht & praal: Wenen werd het klassieke hart van Europa.

En welbewust hebben de Weners de klok stil gezet: nog rijden er koetsen –naast Ferrari’s en Porsches, want ze boeren prima, die Oostenrijkers. En word je op de Wallen een peepshow binnengeluld, of op Ibiza een club, hier proberen overal mannen met witte pruiken je naar een van de vele concerten van die avond te praten.

Ik ging ook. In de Musikverein, in de vermaarde Goldener Saal speelde het orkest, compleet verkleed als vroeger, The Best of Mozart. Doen ze elke avond en de hele wereld komt, netjes gekleed, want dat hoort zo, dus Saudi’s in sluier, een Australiër in smoking, de Indiër naast me in een jasje en de Amerikanen op hun feestelijkste Nike’s. Dit willen ze: Wenen is wat de wereld mooi vindt aan Europa.

Maar deze week zag ik ook Mario. Eigenaar van een modellenbureau en Wenens eerste drag queen. Met echte borsten, zeker een C-cup, die hij laat zien op een Facebook-foto. Een medisch wonder, komt bij 1 op de 100.000 mannen voor. Beweert-ie, maar het zou kunnen dat pillen de natuur een handje hebben geholpen. Hij bestiert het kantoor, geholpen door een charmante assistente, en door Marcus, even modisch als excentriek, lang en mager met de snor van Dali. ‘Are you sure you’re not gay?’ vraagt hij nog maar een keer, want je weet maar nooit en steekt de fik in de volgende Marlboro. Circus Mario. ‘Goed, wie ga je interviewen? Wat, heb je die!? Neeeee, niet doen, die ziet er niet uit. Ik geef je haar,’ en wijst op een prachtig model op een foto achter Marcus.

En naast die foto hangt Conchita Wurst, pontificaal. In een blauwe jurk. Want held van Oostenrijkse homogemeenschap, eigenlijk van het hele land. Drag queens, Conchita, Sacha Baron Cohen’s Brüno: hoe rijmt het met die grote klassieke componist? Heel goed, zong Falco in Rock me Amadeus: ‘Er war so exaltiert, because er hatte flair.’ Die sissies zijn allemaal kleinzonen van Mozart.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

De Roma, ze kome – Stockholm

Een uur of half 6. In ganzenpas lopen de zigeunerinnen langs me, achter hun voorman aan, metrostation Gamla Stan in, een stuk of acht, druk pratend, sjofel maar vrolijk als collega’s die er een goeie werkdag op hebben zitten.

Dat kenden de Zweden nog niet: bedelaars. Ze zitten op straten, slapen in portieken, are very hungry, laten foto’s van hun bloedjes zien – kijk een traan biggelt over de wangen. Nu hebben zigeuners per definitie niet zo veel met grenzen, maar de open Europese Unie maakt het wel heel makkelijk. Nogal logisch dus dat ze op een goed moment hun werkterrein uitbreiden naar het noorden: het mag er koud zijn, maar de Zweed is rijk en, belangrijker nog, sociaal, wereldkampioen verzorgingsstaat.

De komst van de Roma heeft geleid tot vrij felle discussie. ‘Er uit, verbied het bedelen,’ zeggen de Zweden-Democraten, ‘s lands meest rechtse partij. Politiek incorrect aldaar, maar helemaal niet zo vreemd: ook in verschillende Nederlandse steden, zoals Amsterdam, is bedelen niet toegestaan (geld vragen voor vals gejank op een viool met twee snaren mag wel).

Ik las een paar jaar geleden een reportage in een Engelse tabloid. Zo’n zes foto’s met onderschrift waren het. Op de eerste, van een afstand genomen, stapte ‘s ochtends een man uit een keurige middenklasser, op de tweede pakte hij uit de kofferbak vieze kleren, deed die aan en ging bedelen. Aan het eind van zijn werkdag verkleedde hij zich weer tot braaf burger. Oplichters zijn het, kopte The Sun of Daily Mail. Daar worden de Roma ook van verdacht. Het zou gaan om goed georganiseerde misdaad: schimmige syndicaten halen de vrouwen uit Roemenië, voor telkens precies drie maanden. Ze krijgen bedelplaatsen toebedeeld, geplastificeerde verdrietige foto’s, ze draaien hun shift en af en toe komt iemand langs om de plastic bedelkop af te roma.

Een Europees probleem (al kan ik ergere bedenken). Geen Roemeens probleem, vond de politie in Boekarest toen ik er naar vroeg. Het zijn Roma, geen Roemenen, da’s wat anders. Die reizen en ja, die stelen. Georganiseerd of niet, zielig of niet, leuk is anders. Nog voor geen 10.000 Kronen zou ik de nacht doorbrengen in het portiek van een Stockholmse H&M (ik sliep liever in Hotel Skeppsholmen. Moet je ook doen!).

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Op hippiesafari in Christiania – Kopenhagen

De hoofdstraat van Christiania heet Pusher Street. Niet wegens vernoeming naar Øle Pusher, de vermaarde Deense uitvinder van glutenvrije muesli, maar omdat hier de dealertjes lopen. Schichtig, capuchon over het hoofd, of iets openlijker, zittend achter zonnebrillen aan in elkaar getimmerde loketjes. Alleen softdrugs, zeggen ze.

Vrijstaat Christiania, een voormalig kazernecomplex in het centrum van Kopenhagen, wordt sinds de jaren ’70 gekraakt door hippies. Een ‘sociaal experiment’, met eigen munt, vlag en regels en de bewoners kregen het zowaar voor elkaar dat hun gebied een zekere autonomie kreeg: de overheid stond in een speciale Christiania-wet het gebruik van de grond en het bouwen en bewonen zonder vergunningen toe.

Progressief, anarchistisch, collectivistisch, open, onafhankelijk, experimenteel, creatief en vredelievend moest het zijn, dat Christiania. Tja. De afgelopen decennia heeft de politie er talloze invallen gedaan, vooral vanwege de uitbundige drugshandel, er vielen doden in oorlogjes met Hells Angels-achtige bendes die die handel wilden controleren. Journalisten werden geïntimideerd, net als omwonenden.

Of mensen die gewoon een kijkje komen nemen, zoals ik. Daar mocht ik niet zitten, foto’s maken was verboden en waarom had ik twee draadjes aan mijn telefoon, willen twee agressieve becapuchonde mannen weten – er is niet veel wat mij vrij staat in deze vrijstaat. Om lucratieve drugshandel te beschermen moet je niet al te open en vredelievend zijn.

Christiania, sociaal project dat tegenwoordig een miljoen bezoekers per jaar trekt. Aapjes kijken op hippie-safari, langs ateliers met heuse kunstenaars, langs vegasnackbarretjes en een potje blowen op een pleintje waar het bandje The Doors speelt. De gebouwen ogen veilig vervallen, met muren even wild beschilderd als de huid van de bewoners, maar overal staan prullenbakken en natuurlijk kun je pinnen, want anarchistisch zijn is leuk, maar praktisch zijn is beter.

Posted in Geen categorie | 2 Comments

Relitoerisme – Vilnius

Het is 54 uur volgens de kerk, 8 uur volgens mijn wekker. Zo gaan de klokken tekeer op zaterdagochtend – kan je nagaan hoe het morgen zal zijn. Dit is Vilnius: de ommuurde oude stad heeft meer kerken dan Amsterdam rooie lichtjes. Een paar Russisch-orthodox, maar al die andere katholiek. Want Rooms zijn ze in Litouwen, dat is het grootste verschil met protestantse buurman Letland. Er waren ooit ook 105 synagogen, maar daar is er nog maar eentje van. Een glazen holocaust-herdenkingsplaat in Vilnius’ getto wordt zo’n beetje elke maand aan scherven geschopt.

Die kerken zorgen voor een apart soort bezoekers, reli-toeristen, hetzelfde slag dat je vindt in Lourdes, Jeruzalem of Rome. Nog een groot verschil met buurstad Riga: dat trekt elk weekend vooral budget-airliners vol Engelsen op stagnights. Ik bezocht er ook een paar, al is het maar omdat ik gelovig ben en het dan wel zo aardig is om af en toe bij God thuis te komen.

De Stanislaus- en Ladislauskathedraal, uit begin 15de eeuw, is de bekendste van de stad. Mooi wit, met een losstaande klokkentoren schever dan die van Pisa. En van binnen goed sober, daar worden we rustig van. Maar mijn favoriet was de enige uniate kerk, Oosters-Katholiek, dus trouw aan de Paus, maar de riten orthodox. Tikje verscholen, tikje vervallen. Dit jaar vijfhonderd jaar oud, stond op een plastic spandoek boven de deur.

Vijf dagen was ik in Vilnius, en elke dag kwam ik er wel even. Meestal zag ik dezelfde priester, een mannetje dat ook minstens vijfhonderd was -wat kan in religieuze kringen: Abraham werd 175, Methusalem meer dan 1000. Hij veegde een hoekje, legde wat kaarsen recht. En ik weet niet of het typisch Oosters-Katholiek is, zo straf zit ik er niet in, maar aan houten bankjes deden ze niet. De bankjes waren zacht en laag, model jaren ’70, eerder geschikt om te loungen. Een fijne kerk. Maar kennelijk en gelukkig niet goed genoeg voor de reli-toeristen, want die lopen de poort straal voorbij, netjes in het gelid achter de gids met vlaggetje, op weg naar een van de andere 631 kerken in Vilnius.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

De Russen komen – Riga

In mijn hotel in Jurmula, de badplaats bij Riga, zit behalve een nagelsalon, een oesterbar en een casino ook een legal support center. Niet vanwege een mogelijk geschilletje over de minibar, maar vanwege de Russen. Hier wordt hun uitgelegd hoe ze het makkelijkst een huis kopen in Letland, en dat ze daarmee ook ingezetene van het land zijn – en dus van de EU. Als je huis tenminste 150.000 euro kost, maar dat is wat een beetje Rus op één avond in het casino verspeelt, dat is ‘m dat vrije reizen binnen dat sjieke Europa wel waard.

De Russen komen. En eigenlijk waren ze er al: 35% van de Letse bevolking is van Russische afkomst, in hoofdstad Riga zelfs de helft. Ik zag er wel meer in de straten van Riga. Mijn niet eens zo geoefende oog herkende het soort vrij snel: vrouwen in iets lichter gebleekte spijkerbroek, iets meer make-up. Mannen die net iets harder rijden, net iets harder praten. En hoewel ze er al vele generaties wonen, zijn ze tweederangs, die Letse Russen. Hun taal wordt niet erkend, ze worden zorgvuldig buiten de regering gehouden.

Het kan overigens nog erger: een zesde van de inwoners van het land is statenloos. Ze hadden een Soviet-paspoort, maar toen Letland in ’91 onafhankelijk werd, werd dat ongeldig verklaard. ‘Niet-burgers’ worden ze genoemd, ‘aliens‘ ook wel, stemmen mogen ze niet. Het was zo goed als onmogelijk om Let te worden, al zongen ze het volkslied op hun kop. EU-lidmaatschap heeft dat enigszins vergemakkelijkt.

Onder mijn hotelraam stond een Rus midden in de nacht ruim een uur luidkeels dronken te zijn. Bij het ontbijt bestelden dikke Poetintjes champagne voor hun blonde snollen, om daarna bij de juffrouw in het legal support center wellicht een huisje te kopen. Ze zijn kennelijk van harte welkom – de ene Rus is de andere niet.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Ceaușescu’s paleis – Boekarest

1.498.000 kubieke meter marmer, 321 miljoen liter cement, voor het hout zijn 200 hectare eikenbos gekapt – het is een greep uit het repertoire van de gids. Ik kan er een miljoen kuub naast zitten, want het bleef niet echt hangen. ‘Zo groot als de provincie Utrecht’ hoor je ook vaak (Londen schijnt dat te zijn. En Utrecht). Na het Pentagon het grootste gebouw ter wereld en qua inhoud groter dan de piramide van Cheops. Het is groot, het voormalig paleis van Ceaușescu.

‘En wie heeft dit alles betaald, hoeveel arbeiders hebben het leven gelaten voor de bouw hiervan?’ Onze groep, bestaand uit wat Amerikanen op leeftijd, Duitsers, Indiërs en zelfs twee Tibetaanse monniken, vraagt almaar kritischer en wanneer de gids vertelt dat de dictator de monumentale trappen liefst vijf maal heeft laten afbreken voordat de treehoogte precies naar zijn zin was, is het gelach zelfs schamper. Want ja, Ceaușescu was een grote boef, dus mogen we niet zomaar onder de indruk zijn, deugt ook ’s mans smaak niet – ‘eclectisch’ noemen kenners de bouwstijl, een ratjetoe.

Wanneer een dictator de benen neemt, of het volk diens leven, zoals in het geval van Ceaușescu in november ’89, worden diens huizen meestal bestormd. De dan volgende televisiebeelden zijn voorspelbaar: de huizen blijken behangen met goud, hij hield kangoeroes of krododillen en had in de garage zeker tien Ferrari’s staan. Zie het verblijf van de onlangs gevluchte Oekraïense president Janoekovitsj, zie Khadaffi’s paleis, waar trouwens ook gouden pistolen en homo-erotische lectuur werd gevonden.

De Roemenen kenden het paleis al van binnen toen ze er na de dood van hun dode leider naar binnen wandelden: 20.000 van hen hadden meegebouwd (wat ook de reden was om het niet in woede en uit wraak te plunderen). Dat het immens groot was, wisten ze, maar het opmerkelijkste wat ze zagen was misschien de WC, die van Nicolae en Elena dan. Natuurlijk was dat een zaal, natuurlijk waren de kranen van goud. Het echtpaar bracht er veel tijd door, want beiden werden geplaagd door een slechte stoelgang. Dus hingen er ook grote videoschermen. Zij keek Sissi en hij graag naar westerns.

p.s. 1: Top Gear, BBC’s autoprogramma, mocht racen door het ondergronds tunnelstelsel van het paleis.

p.s.2: Zie hier de fameuze laatste beelden van Ceaușescu, eerst z’n laatste speech tijdens welke het volk begon te morren en beelden van zijn standrechtelijke executie

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Daar valt wat te halen – Brussel

Pal achter het lieflijke Place du Luxembourg, het hart van de Leopoldswijk, 19de-eeuws statig, doemt het Europese Parlement op. Enorm was het al bij de bouw in 1989 op de plek van een brouwerij en een rangeerterrein, nog groter werd het -een vleugeltje hier, een uitbouw daar- met de uitbreiding van het aantal lidstaten.

Bovenaan de kolossen van staal en glas prijken namen: Paul-Henri Spaak, Jozsef Antall en Alturaro Spinelli. Europese helden naar ik aanneem, maar het had net zo goed de achterhoede van Manchester City kunnen zijn. Voor de hoofdingang ligt over een lengte van misschien honderd meter een gladstenen plein, licht aflopend, dus ideaal om bijvoorbeeld te skateboarden. Maar dat gebeurt hier niet: dit is Brussel.

Bij de hoofdingang, bij de securitycheck wisselt de wacht en krijgt een bewaker een zoen van een andere bewaker, beide man, dat gebeurt hier: dit is Bruxelles. Eenmaal binnen dwaal ik door eindeloze gangen, behangen met kunst, best mooi, en uiteraard telkens afkomstig uit een ander EU-land (daarom zijn die gangen ook zo lang). Ik neem een trap en nog een, slenter een zaal in, en kom slechts een medewerkster met een coffee-to-go tegen – dit gebouw had een slecht bezocht museum kunnen zijn. Waar dan al die Europarlementariërs zijn? In Straatsburg, vertelt iemand me uiteindelijk. Daar reist het circus naar toe, twaalf keer per jaar voor een paar dagen, want dat is in 1992 zo afgedwongen door de Fransen, de onbedreigde Europees kampioen Eigen Belang Eerst.

Ik fiets een kilometertje verder, naar het Schumanplein. Hier het kantoor van meneer Barosso, hier zetelt de Europese Commissie, ook hier verrezen glimmende glazen reuzen in een oude en tamelijk fletse buurt. Veel bedelaars op het plein, valt me op. Lobbyisten doen dat in pak met een mooi koffertje, anderen zittend in lompen met een leeg koffiebekertje. In Brussel is wat te halen, dat weten ze.

Posted in Geen categorie | Leave a comment