Anatolische honden (Boer zoekt hond)

‘Eza, kom, kom, kom!’ Eza is niet te zien, komt niet en boer Hendrik van der Merwe crost in zijn bakkie naar een andere hoek van zijn land, 100 hectare groot. Zijn oudste broer doet rooibos, zijn jongste heeft koeien, hij schapen en geiten. Met zijn drieën zijn ze de enige bewoners van de Biedouwvallei, diep in de Cederbergen. Zij, plus hun knechten natuurlijk, die met grote families wonen in kleine huisjes op het erf van boerderijen, gebouwd niet zo gek veel later nadat Jan van Riebeeck Kaapstad stichtte. 

Die dieren zijn lekker, vinden niet alleen jij en ik, maar ook de lynxen, de jakhalzen en de luipaarden. In de pikdonkere Afrikaanse nacht sluipen die hongerig de berg af. Koeien zijn te groot, maar de Cederberger boeren verloren geregeld een schaap of een geit. Praten helpt niet, dus werd het boer schiet roofdier.

Van een jakhalsje meer of minder wordt een dierenbeschermer niet zenuwachtig, wel van een geschoten luipaard, want de Cape leopard is erg zeldzaam. Dus kwamen de wildlife-vrienden met een tamelijk goed idee: geef de boer een Anatolische herder. Ooit van gehoord? Een kalf van een hond, even groot als waaks. 

Boer Van der Merwe kreeg er twee. Eza en Sam. Had er nog eentje, maar die overleed, doodgebloed na te zijn gespietst op een hek in een poging een jakhals te verjagen. De boer is bonkig, maar over zijn dieren is hij zacht. ‘Ek kan nie te veel aan Eza raak nie,’ zegt-ie, met spijt op zijn vierkante kop. Want dan raakt die grote Anatoler verwend, en ontwent die zijn kudde. Als puppy slaapt die al bij ze, de ooi is als zijn moeder.

‘Kom, ons kyk verder.’ We zijn inmiddels al een uur aan het zoeken, aan het roepen. Geen spoor van Eza, die wellicht slaapt onder een boompje: het is inmiddels een graad of 30 en zijn shift begint natuurlijk pas als die zon weer onder is. ‘Eza!? Eza!?’ Boer Van der Merwe wil zijn trots graag laten zien aan de Hollandse journalist. Die het al lang best vindt, die het al mooi genoeg vond om het huis van een Afrikaner boer te zien, dat doet denken aan Nederland jaren ’50, kraakschoon en zwart-wit familieportretten op de haard. Na een uurtje geven we het op, vertrekken we, de heuvel op en horen we beneden de boer nog roepen. Boer zoekt hond.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Ronnies Sexshop

‘t Werkt ook bij deze blog: de titel zorgde dat je dit nu leest. Toch? Sex sells. Ronnie niet. Die had een cafeetje aan de N62, zo’n 300 kilometer ten westen van Kaapstad. Langs een tweebaansweg waarover af en toe een vrachtwagen dendert, of een bakkie van boeren, hun knechten staand achterin, op weg van niks naar niets. Het dichtstbijzijnde teken van beschaving is Barryvale, een gehucht, een vallei verderop.

Ronnie verkocht broodjes, koffie en wat biertjes, maar druk had-ie het natuurlijk niet. Dat veranderde toen een jaar of 10 geleden een vriend van Ronnie hem een poets wilde bakken: ‘s nachts pakte hij de ladder en een blik rode verf en de volgende ochtend stond er SEX tussen Ronnies en Shop. Boos zal die niet geweest zijn, vermoed ik. Zo’n type is Ronnie niet: hij lijkt een ouwe hippie. Of had de bassist van de band van, pak ‘m beet, Nena kunnen zijn. Lijzig, lichte ogen en een vlassig baardje. Zijn tijd duurt ‘t wel en dat SEX liet hij gewoon staan.

De eerste truckchauffeur die vervolgens stopte, hoopte natuurlijk op wat vertier, op een verzetje na urenlang struisvogels, bergen en woestijn. De tweede ook, en vervolgens werd het een hit en ging de grap viraal avant la lettre toen Lonely Planet vermeldde dat je op die eindeloze weg tussen Kaapstad en Port Elizabeth, een alternatieve Gardenroute, even bij Ronnie moet stoppen. Een biertje en een broodje is nog steeds eigenlijk het enige wat je er koopt, maar het plafond is behangen met BH’s en damesonderbroeken, met daarop de namen van de gasten die ‘m daar hebben opgeprikt. En de muren, ook die van de vieze kleine plee, zijn beplakt met visitekaartjes, echt niet alleen van Ed uit Johannesburg, maar vanuit Stuttgart, New York, Adelaide.

Ik heb geen kaartje, en ook geen BH, maar krijg wel een biertje van Ronnie. ‘Eindelijk waait ‘t een beetje,’ zegt ie, uit het niets en zwijgt weer, kijkend in de zinderende verte. Desperado, zingen The Eagles. Ik ben de enige klant, Corona maakt dat er al bijna een jaar geen bussen Duitsers zijn aangemonsterd. Het waren ooit gouden tijden, af en toe bleef er waarschijnlijk heus wel eens een toeriste een nachtje plakken. Nu is het niks. Doet ‘m denken aan de tijd voordat die vriend met de pot verf de ladder op was gegaan.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Positief in Dubai

Alle bankjes rond het American Hospital waren bezet, dus zaten mensen op muurtjes, op de stoeprand, op naar buiten gerolde bureaustoelen, liefst in de schaduw, want ook in januari is het knap warm in Dubai. Honderden mensen, de meesten met een ingevulde formulieren op schoot, anderen waren bezig of deden hun best aan een pen te komen, want wie heeft die tegenwoordig nog op zak? En wie wil zijn pen afstaan aan een wildvreemde die ‘m misschien teruggeeft inclusief Het Virus?

Op de schermen verscheen nummer 3118, iemand stond op en liep naar de grote legertent in de ziekenhuistuin. Ik had nummer 6348. Sommige mensen zaten al zes uur te wachten, maar ze moesten, ze moesten die PCR-test, anders konden ze het land niet uit, mochten ze niet vliegen. En het luisterde nauw: voor het ene land had je een test nodig die niet ouder was dan 96 uur, voor het andere 72 uur, sommige gemeten op moment van aankomst, maar voor Zuid-Afrika gold bijvoorbeeld het tijdstip van vertrek.

Dan speelde ook nog de snelheid van uitslag een rol: binnen 48 uur, 24 of nog sneller. Om het nog onzekerder te maken, gingen wilde verhalen rond: het American Hospital haalde de beloofde 24 uur niet, veel reizigers hadden hun vluchten gemist. Nee, ontspannen was de sfeer niet, die deed eerder denken aan een evacuatie voor groot naderend onheil. En het maar de vraag was of jij mee mocht op de laatste boot.

Ik had uitgerekend dat ik die middag tussen 2 en 6 de PCR-test moest doen, dan kon ik vliegen. En dan moest-ie ook nog eens negatief zijn. Zes uur wachten? No way. Plan B, als een haas naar een drive-in testcentrum op het parkeerterrein van de Dubai IKEA, 10 kilometer verderop. Daar was de wachttijd in ieder geval een uur of vier, vertelde een verkeersleider toen ik aansloot in een rij die door de parkeergarage heen kronkelde. Ook niet goed.

Plan C? Een dure auto huren, want die hoefde niet te wachten: om de paar minuten tilde de verkeersleider het hek op voor de Arabische bestuurder van een Ferrari of Rolls Royce. Goed dan, Plan D. Ik worstelde mijn huurbarrel uit de file, parkeerde en liep naar de testlocatie met het verhaal dat de taxi waarmee ik was gekomen niet langer kon wachten dan de drie uur die ik er al op had zitten. Het werkte. Na een kwartiertje, nadat nog wel even twee jongens met een Lamborghini voorrang kregen, kreeg ik een stokje in mijn neus voor de Ultra Rapidtest en zes uur later was de uitslag hartstikke positief.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

In tegendeel – Opgetweet met die Trump

Weer een nieuwe In Tegendeel: Ieder zichzelf respecterend medium verbant Trump. Serves him right! Nee hoor, in tegendeel.

President Trump was met gemiddeld 33 tweets per dag een intensief gebruiker van het platform. Tegelijkertijd heeft nooit doekjes gewonden om wat hij van Twitter en andere sociale media vindt: hij heeft bar weinig op met de ‘linkse Sillicon Valley-reuzen’. 

Die reuzen, zoals Facebook en Twitter, zijn immuun voor rechtszaken wegens berichten die hun gebruikers plaatsen, ze worden gezien als slechts een platform, als doorgeefluik. Dat is wettelijk zo bepaald, tenminste, zolang ze onpartijdig zijn. En dat zijn ze niet, vindt Trump. In mei vorig jaar dreigde hij met maatregelen tegen Twitter, nadat het bedrijf twee van zijn tweets had voorzien van het label ‘fact-check’, een waarschuwing dat de berichten mogelijk misleidend zouden zijn. De president wilde de site sluiten of sterk reguleren, door bijvoorbeeld die immuniteit op te heffen. 

Twitter en Facebook hielden hun mond, kropen terug in hun hok. Tot deze week, toen het ene na het andere medium de president verbande. Zogenaamd omdat de president met tweets rond de Capitool-rel echt te ver was gaan, maar zou het kunnen zijn dat ze nu wel durven, nu de president bijna weg is?

Bondskanselier Merkel, de laatste jaren toch al de Wijze van het Westen, sprak nog wel haar bezorgdheid uit door te zeggen dat een dergelijke rigoureuze stap een gevaar is voor de vrijheid van meningsuiting. Zoiets zouden bedrijven niet mogen beslissen, vond ze, dat zou een rechter moeten doen. Maar verder leidde het wereldwijd nauwelijks tot verontwaardiging, in tegendeel: die sociale media deden het juiste, vinden de oude media eensgezind. 

Is het niet vreemd dat geen krant opmerkt hoe opportunistisch de Twitters zich opstellen? Niet echt, want als het op deze Amerikaanse president gaat, lijkt ook in de Nederlandse pers objectiviteit ver te zoeken, Trump deugt niet, punt, de man heeft niets goeds gedaan en degenen die op de man hebben gestemd -ook nu weer de helft van het land- zijn op zijn best domoren. Wat zal het straks saai worden, na 20 januari. Op wie moeten die media over de hele wereld straks eensgezind & dagelijks prijsschieten?

Posted in Geen categorie | Leave a comment

In tegendeel – Aan de galg met de turncoaches!

Dit is de eerste In Tegendeel, van wat een reeks mag worden. Concept is simpel: ze, hunnie, zeggen dit. En ik vind op mijn beurt het tegendeel minstens zo veel hout snijden. (Een aangepast versie van dit stuk verscheen in Trouw)

Een groot aantal turncoaches ligt onder vuur. Ze hebben hun pupillen mishandeld, fysiek en mentaal. De turnbond grijpt hard in: ze worden op non-actief gezet. ‘Figuren die dit soort zaken op hun kerfstok hebben, mogen niet meer actief in de topsport zijn,’ zegt het NOC*NSF. Terecht natuurlijk! Nee, in tegendeel.

Het begon een week of wat geleden met de biecht van coach Gerrit Beltman. Ja, hij had grenzen overschreden. Deed hij nu niet meer, zijn stijl is nu 180 graden anders. Het gaat hem niet meer om het resultaat, zegt hij in het Noord-Hollands Dagblad. Het is te hopen dat zijn huidige werkgever, de Singaporese turnbond, dit niet leest: die zal toch echt van hem verwachten dat Beltman topturners aflevert, die medailles winnen.

En zoals dat ook ging ten tijde van MeToo, volgden na de eerste onthulling fluks andere beschuldigingen. Zo zou ook Vincent Wevers, bondstrainer en vader van topturnsters Lieke en Sanne, zich misdragen hebben volgens verschillende oud-pupillen – overigens niet volgens zijn dochters. Nog voordat hij zich kon verweren, stopte de turnbond het programma dat hij begeleidde.

‘Je kreeg geen kans kind te zijn’ werd hem en zijn kompanen onder meer verweten. Pupillen, jonge meisjes, werden gekleineerd, afgeblaft. Wanneer ze iets te dik bleken, kregen ze te horen dat ze ‘koeien’ waren.

Tja, zo gaat dat. Wereldwijd willen ontelbare meisjes Olympisch kampioen worden, schitteren als de Amerikaanse Simone Biles. Waar mannelijke turners pas pieken na hun 20ste, wanneer hun lichamen het sterkst zijn, zijn de meisjes dan allang met pensioen. Alleen kleine en lichte meisjes zijn gebouwd om uit te blinken op de balk, mat of aan de ringen.

Vroeg beginnen dus en ja, dat zal heus ten koste gaan van ‘kind zijn’. Als een Nederlands tienjarig turnmeisje een paar uur training inlevert omdat ze liever met vriendinnen speelt, zal ze haar Oekraïense en Chinese concurrenten niet meer kunnen verslaan. Want die trainen wel, of ze het nu leuk vinden of niet. Ben je iets te dik? Dan gaat dat waarschijnlijk ten koste van je prestaties. Kun je niet presteren onder druk? Zul je de top niet halen.

Het zal een harde wereld zijn, te hard voor heel veel jonge meisjes. Niet verwonderlijk dat er onder hen meer zullen kampen met anorexia bijvoorbeeld. Maar de taak van bondscoaches is om goede turnsters op te leiden, niet goede mensen – wat dat dan ook mogen zijn. Dat piepjonge turnsters na verloop van tijd echt geen zin meer hebben in hun sport doordat hun coaches te hard zijn, is iets dat hun ouders zouden moeten zien. Zij zijn verantwoordelijk.

‘Ik heb me aangesloten bij de cultuur die er toen was,’ voert Wevers als excuus. ‘Het was een foute tijd, dat vind ik met de kennis van nu heel erg.’ Nu zou hij turnsters meer inspraak gunnen. Het is maar de vraag of ze daarmee ook beter worden: hoe goed kan een tienjarige beoordelen of de trainingsaanpak haar de nieuwe Simone Biles maakt?

Ik vind het een goed excuus van Wevers: zo ging het er toen aan toe. Dat vond men, bond, ouders en andere betrokkenen kennelijk oké. Binnen die toen geldende normen waren Wevers en andere coaches niet extreem, maar gewoon, harde coaches. Zoals een turncoach hoort te zijn.

Er is een parallel met het veroordelen van historische figuren, iets dat nu mode is. VOC-voorman Jan Pieterszoon Coen bijvoorbeeld vinden we ineens een grote schoft, terwijl ook van hem kan worden gezegd dat hij binnen de normen van zijn tijd, die vroege 17de eeuw, geen kwade was. En dat lijkt me het belangrijkste criterium. Geldt ook voor turncoaches – zo’n ingewikkelde spagaat is dat niet.

Posted in Geen categorie | 1 Comment

Op1, einde Axie (3)

‘Ook in de uitzending, Mark Schalekamp, de man die de eerste 1000 boetes zal betalen,’ zei presentator Jeroen Pauw, en 800.000 mensen zagen een verbaasd -en slecht geschoren- gezicht: dit was nou niet echt de strekking van de actie waarvoor ik was uitgenodigd. Lekker geframed. Het duurde 29 minuten voor ik de eerste vraag kreeg, en weer een minuutje later was ik afgeserveerd, ging het, hop, volgende onderwerp, over de nieuwe show van cabarettier Peter Pannekoek. Kijk hier terug, als je wil.

Over de Actie Oranje Kapjes zou het gaan. Die was drie dagen eerder bedacht, nu al rijp voor televisie: wat goed is komt snel. Nee, het was nog niet bepaald rond, zag ook de tv-recensent van de Volkskrant. Ja, we zouden graag zien dat Nederlandse ondernemers op 5 mei hun zaak weer zouden openen. Met afstand waar mogelijk, met gezond verstand en met oranje mondkapjes. Tegen de regels – maar welke keuze hebben ze? Geduldig wachten op hun faillissement?

Maar dan overtreden ze (en hun gasten/klanten) de wet en de straffen zijn niet mals, verschillend van een boete tot gevangenisstraf. Ik kan niet voor hen de nor in, maar we hadden wel een aantal ondernemers gevonden die uit solidariteit een boetepot wilden vormen. Eentje waaruit betaald kon worden. Mooi toch? Vond Jeroen Pauw niet. Die wilde vooral namen van die ondernemers, dat hoor je als kritisch journalist te vragen. En die burgerlijke ongehoorzaamheid, dat vond die ook niet zo’n goeie.

Met hem velen. Ik kreeg maar weinig bijval. De tijd is niet rijp, de nood kennelijk niet hoog genoeg: de meeste Nederlanders genieten nog teveel van de Coronavakantie. En tegelijk is de angst voor het virus nog enorm, die houden kabinet en media eendrachtig in stand, in weerwil van geruststellende cijfers. Maar zelfs die angst lijkt lekker: eindelijk gebeurt er eens iets in ons leven, in ons landje, dit is onze Tweede Wereldoorlog. Verzet ongewenst, einde axie.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Axie! En red onze economie (2)

De Corona-maatregelen lijken vooral ingegeven te zijn door de gedachte van wat niet kan. Zo komen we er nooit uit, terwijl het echt niet zo ingewikkeld is.

1) Bescherm om te beginnen de kwetsbare groep: zorg dus dat verzorgingstehuizen veilig zijn (en dat het personeel daar dus mondkapjes heeft (!) en kan testen). Andere ouderen en kwetsbaren krijgen een thuisservice voor boodschappen en maaltijden, maar mogen (niet verplicht!) ook naar een vakantiepark of Corona-hotel.

2) Open wat open kan, en dat is veel. Kappers, fysiotherapeuten en al die andere beroepen waar die 1,5 meter afstand geen doen is. Sportfaciliteiten waar contact beperkt is weer open, zoals tennis- en golfbanen. Bioscopen, theaters. Horeca weer open, personeel met mondkapjes. Die heb je ook op in het openbaar vervoer (ook vliegtuig). Zijn die er te weinig, zegt u? Dan moeten er heel snel meer worden geproduceerd, dat kan toch niet zo ingewikkeld zijn. Want uiteraard moet medisch- en zorgpersoneel werken met streng gecertificeerde kapjes, maar zo perfect hoeven die voor anderen niet te zijn. 

Het lijkt niet zo ingewikkeld, maar voorlopig lijkt de regering niet van zins zijn beleid al te veel aan te passen. Het gaat simpelweg bij lange na niet snel genoeg. En intussen raken gezonde bedrijven in grote problemen, gaan sommige zelfs al failliet. Met grote gevolgen, want nog afgezien van dat ondernemersleed zorgt dat ook voor ellende bij hun leveranciers, bij werknemers die hun banen verliezen, bij de overheid die dan moet opdraaien voor nog meer werklozen waar daar minder belastingkomsten tegenover staan. En is er nog ander leed: in de culturele sector, operaties die uitgesteld worden, kindermishandeling, meer eenzaamheid bij ouderen. Een ongekende ramp in wording.

Daar is nu nog iets aan te doen, als we heel snel de samenleving verlossen van die houdgreep. Nu luistert het kabinet bijna exclusief naar een clubje van artsen & virologen, heel snel moet er ook geluisterd worden naar anderen. Naar ondernemers, groot of klein. Naar psychologen, die zien dat de maatregelen niet houdbaar zijn. Naar jongeren. Sporters en hun clubs. Daarvoor is actie nodig, anders wordt er niet naar hen geluisterd.

Het is tijd voor actie. Kappers moeten hun zaak weer openen, kroegbazen moeten het terras uitzetten. Natuurlijk dragen ze een mondkapje en wassen ze hun handen, ze zijn niet onverantwoordelijk, maar ze zouden zich niet moeten houden aan de regels die hen in een faillissement storten. Noem het burgerlijke ongehoorzaamheid. Dat zal wat gedoe geven, want niet iedereen zal het begrijpen. De politie zal wellicht ingrijpen. Dan moeten ze geholpen worden, om te beginnen doordat een eventuele boete vergoed wordt uit een heel snel op te richten Nationaal Fonds voor het Behoud van de Economie. Of zo. Andere acties kunnen volgen, advertenties in landelijke dagbladen. Een breed gedragen protest. Axie!

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Axie! En red onze economie (1)

Toen het nog het Wuhan-virus heette, was het veel te ver weg om ons zorgen te maken. Tot diep in februari dachten we nog dat Corona ons land niet zo bereiken, ook al waren er slechts een paar kilometer over de grens al Duitse gevallen. ‘Een kleine kans dat het in Nederland komt,’ meldde het RIVM toen nog. En als het zou komen, zouden we het wel tackelen door na te gaan met die de besmette de afgelopen week in de trein, supermarkt en schoolplein in contact was geweest.

Natuurlijk kwam Corona, en natuurlijk was het niet te stoppen. Niet zo veel aan de hand, ware het niet dat we inmiddels beelden hadden gezien van opgestapelde Covid 19-lijken en horrorverhalen hoorden uit Lombardije. Paniek!

En die paniek legitimeerde zo’n beetje elke regering ter wereld om een lock-down af te kondigen, daartoe aangezet door artsen en virologen. Media doen weinig moeite om de zaak te relativeren: juist de onheilstijdingen, de voorspellingen dat het nog jaren kan duren, krijgen de aandacht. Dat die lock-down desastreuze gevolgen heeft, wordt inmiddels ook in Den Haag zachtjesaan begrepen, maar afgedaan als onvermijdelijk bijeffect. ‘We moeten nu alles doen om levens te redden, we willen hier toch geen Italiaanse toestanden?’

En zo is er een parallelle realiteit gecreëerd, waarin we het normaal moeten vinden dat we 1,5 meter afstand houden, waarin scholen dicht zijn, jongeren en studenten een boete krijgen van 390 euro als ze samen zijn. Waarin honderdduizenden ondernemers, al dan niet met personeel, nog even op hun reserves kunnen teren, maar straks gewoon zullen omvallen. Zij failliet, hun werknemers in de WW. ‘Het kan echt nog even duren,’ waarschuwt de premier, die we inmiddels een groot staatsman vinden. 

We pikken het, sterker nog: zo erg is het allemaal niet, dat thuiswerken. Die rij bij de supermarkt valt ook mee. Het is lekker weer en aan het eind van de maand krijgen we gewoon ons salaris. Stiekem is het eigenlijk best spannend, onze Tweede Wereldoorlog. En we komen er uit, als we maar 1,5 meter afstand houden.

Diegenen die durven beweren dat het allemaal niet zo’n goed idee is, zijn egoïsten, of erger. Die de zorg nog verder willen overbelasten. Wil je dat virus zijn gang laten gaan? O ja, wil jij dat er misschien wel honderdduizend doden vallen?

Dus laten we ons als makke schapen leiden. Terwijl er alle reden is om die lock-down af te bouwen. Door gewoon naar de cijfers te kijken, en te zien dat Corona een sterftepercentage heeft van maar 0,6%, waarvan bijna zonder uitzondering echt ouderen en al zieke mensen. Niet dat dit dan leuk is, maar om het in perspectief te plaatsen: in 2019 stierven circa 130.000 mensen ouder dan 65, dat is 3,25% van die groep. 

Een veelgehoord argument voor die lockdown is dat de zorgcapaciteit anders overbelast zou raken, het aantal IC-bedden zou te klein zijn. Bedden genoeg, aan beademingsapparatuur is ook te komen, maar de bottleneck zou ‘m zitten in beschikbaar personeel om die bedden te bemannen. Dan zou je denken dat dit personeel nu razendsnel wordt opgeleid en zo ingewikkeld is dat niet: een normale opleiding tot IC-verpleegkundige voor iemand met HBO-V duurt 42 dagen, maar dat zou nu toch wel in de helft van de tijd moeten kunnen. Richt een paar ziekenhuizen in speciaal voor Corona-patiënten en laat de overige zorg weer doorgaan.

Het erge is dat dergelijke oplossingen niet eens overwogen lijken te worden. 

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Knieëndokter in Fish Hoek

Was een paar weken in Kaapstad en omgeving, in Fish Hoek om precies te zijn, waar een sluimerende knieblessure verergerde door 20 baantjes in het zwembad. ‘t Deed pijn, kon het been bijna niet buigen. ‘Koop een bandage,’ zei de hoteleigenaar, ‘Transact heet ‘t, er zit zalf in die de pijn meteen doet verdwijnen. Tomorrow you’ll be grateful, professionele rugbyers gebruiken het ook.’ De fysiotherapeut in Nederland had gezegd dat er met mijn knie niks aan de hand was, dat je van zwemmen überhaupt niet geblesseerd kunt raken. En mijn huisarts had me ooit smalend uitgelegd dat tegen spierklachten smeerseltjes helemaal niet werken, omdat die nooit zo diep in het been kunnen doordringen.

Transact was een grote kleverige lap van 12 bij 18 cm. Maar helemaal plakken deed die niet, daarvoor was verband nodig, dat ik zelf, behoorlijk onhandig wilde aanbrengen, zittend op een bankje in een shopping mall.

Naast me zat een oudere vrouw, Zuidafrikaans-Indiaas – vergeef me de ongevoeligheid als ik haar eigenlijk anders moet noemen. Ze schoof haar tassen iets opzij om ruimte maken en keek medelijdend naar mijn gepiel. ‘Heeft u wellicht een schaar voor me,’ vroeg ik. Je weet het nooit met die dames met eindeloos diepe handtassen.

Had ze niet. Geen nood, ze keek om zich heen en sprak ’n man aan. Haar man, dacht ik eventjes, even oud als zij, rode baard, ingevallen kop en vieze spijkerbroek en nog viezere Adidas-gympen. Zijn tanden waren nep. Het enige dat hij bij zich had, waren twee witte plastic tasjes. Waarom zou een zwerver een schaar op zak hebben? Maar hij groef in zijn tasje, en ja, daar was het schaartje. Hij zeeg door zijn knieën en knipte 1-2-3, voorzichtig, het verband door. ‘Dank u dokter,’ zei ik, en de man lachte zijn neptanden bloot. Een minuutje later vertrok mijn buurvrouw, en was ik ook klaar, maar de dokter ging nog even naast me zitten. Het consult kostte pay-as-you-want, daar kwam het op neer.

5 Rand, in dit geval. 30 cent. De dokter was blij. Patient ook, al kon die nog steeds niet goed lopen, een dag later nog steeds niet. Maar ben dan ook geen rugbyer.

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Missie geslaagd – nu mijn neefje nog

Toen ik tien jaar geleden het plan vatte om een roman te schrijven, plakte ik er een duidelijk doel aan. Ik schreef ‘m niet om mijn trauma’s te verwerken, om af te rekenen met Jan en alleman of omdat ik vond dat mijn verhaal ‘verteld moest worden’. Nee, ik wilde zien of het me zou lukken om een boek te schrijven dat zo goed was dat mijn neefje het voor zijn eindexamen mocht lezen. Dat het dus literair was.

Het ventje was toen nog 7 en las met moeite Nijntje in het circus, maar is volgend jaar mei klaar met het gymnasium (en geeft mij tennisles, maar da’s een ander verhaal). Ik had De parvenu wel eens bij zijn ouders in de kast zien staan, keurig in de buurt van Scholten en Springer, maar er nooit meer bij stil gestaan dat hun zoon inmiddels voor zijn lijst uit die kast mag putten.

En dat had-ie gedaan, meldde hij deze week met een appje. Toestemming van hogerhand had hij niet zonder slag of stoot gekregen, want eigenlijk had hij moeten kiezen uit de eliteraire selectie die de school voor hem had gemaakt. Mark Schalekamp maakte daar geen deel van uit (Arthur Japin en Abdelkader Benali weer wel, allebei tamelijk beroerde schrijvers, maar dat was de leraar Nederlands kennelijk ontgaan). Is dat boek van die oom dan wel literatuur, was de vraag (misschien dacht hij dat een boek van een oom een familieromannetje was).

‘Wie heeft het uitgegeven?’ vroeg de leraar streng. Wist mijn neef veel, hij zocht het op. ‘Arbeiderspers,’ meldde hij. En toen was het goed. Want zo werkt het: de uitgever bepaalt, die is de poortwachter. De Bezige Bij, Contact, Meulenhoff, Querido, Nijgh en nog zo’n 7 andere zijn literaire uitgevers. Dat rijtje is tamelijk arbitrair, maar recensenten en boekenprijsjury’s weten het wel, net als leraren Nederlands. Prometheus zit bijvoorbeeld op het randje, daar kom je vooral binnen als je makkelijk verkoopbaar bent wegens BN-schap, blonde lokken of sensatie. En een zelfuitgegeven boek neemt niemand serieus, dat spreekt vanzelf, want als het goed was zou een gerenommeerde club het wel hebben uitgegeven, circelredeneert men.

Het logo van een uitgever op de boekomslag is niet bepaald als Louis Vuitton op je tas of Moncler op je jas, maar een beetje als een verborgen pixel, leesbaar voor weinigen. Het merk op mijn boek is goed genoeg. Mijn missie is geslaagd – nu mijn neefje nog.

Posted in Geen categorie | Leave a comment